team-green

team-green

Mission Statement:

Pure Biking...

Plat. Plat. Plat

Pure BikingPosted by pieter Mon, March 22, 2010 21:34:14

Zo was de conditie, zjust voor de kerstvakantie : plat, plat, plat. Nu, exact drie maanden verder is er een ganse weg afgelegd. Via heel veel mtb toertochtjes in de sneeuw met ons groen manne, een paar mtb tochten in spa en theux om terug het klimgevoel wat op te pakken, een pak intervaltrainingskes op den tacx, nogal wat looptrainingskes, en, uiteraard een aantal duurtrainingen met de koersfiets. Andere jaren doe ik die vooral in de winter, maar in deze winter was het veel te glad, glad, glad.

Twas vandaag de eerste afspraak op de marathon-kalender : Sart-Tilman. Maar, gezien de achterstand in duurtrainingskes toch maar voor de koersvlo gekozen. Een ferm tochtje richting de Haspengouw werd dus geprogrammeerd. Samen met Luc, Peter en Tom een 125km en toch wat hoogtemeters. Ze voorspelden regen ’s nachts, en dan overdag bewolkt, en wind, wind, wind.

Spijtig genoeg westenwind, en we moesten wel naar het Oosten zeker ? De wijzen kwamen uit het oosten, en naar zou blijken, degene die naar het Oosten gaan, tja, die zijn niet al te wijs, wijs, wijs.

Na een twee uurtjes lekker bollen, eerste pauze, aan de heks Jenne. Wat schuilen uit de wind, koekske neten, klappeken doen. De Heks Jenne is blijkbaar een natuurliefhebster avant la lettre geweest, die men toentertijd levend verbrand heeft, want alles wat anders is, dat maakt de menschen bang, bang, bang.

Hier de beslissing gepakt : doen we den toer van 105km, of die van 125km ? Wat getwijfeld,wat gepalaverd, er was wel veel wind, maar best aangenaam temperatuurke en droog was het ook al. Dus: we gaan voor de langen toer. Mis. Mis. Mis.

We vertrekken, en een kilometer verder, een partijtje steentjes op het pad, en den Tom staat : plat plat plat.

Bandje gestoken, en wijllie weg. En toen begon het te regenen, te zeiken, en ook wel wat te gieten. De betonpaadjes lagen vol met steentjes, keikes en gruis, een cadeautje van de winter. Maar wijllie zijn moutainbikers, dat deert ons niet niet niet.

De wind sloeg genadeloos op ons in, de ene fietser verschuilde zich hopeloos achter den anderen, de gps stuurde ons van het ene – in de zomer – prachtige paadje naar het andere. De Peter merkte op dat het vandaag weer een heroisch tochtje ging worden. O wat was dat, genieten, genieten, genieten.

En een drie kwartiertjes verder, zjust boven aan een klimmeken, pal in de wind, een schreeuw. Er staat er ene plat. Tom. Tom. Tom.

Nog een bandje gezocht, nog een bandje gestoken, en wijllie weer weg, de beukende wind in. in. in.

Geen tien minuten later, weer van datte : plat, plat, plat.

De Peter vindt een kelder, van een half afgewerkt huis, en we verstoppen er ons in. Mijn handen zijn al helemaal verkleumd, den artroos slaat genadeloos toe in dergelijk weer. We krijgen het bandje er met vereende krachten toch in, en blazen de boel op. BANG, BANG, BANG.

De boel blaast zich wel heel letterlijk op. En dan hoorden we met zijn allen niks meer, en was het stil, stil, stil.

Dedzju. En nu ? We hadden geen passende binnenbanden meer. De Luc had wel nog plakkerkes mee, en sloeg daarmee aan de slag. Peter wist dat er hier nen café was in Mielen, “Den Bascuul”. Ikke gaan zoeken waar dat kon zijn, mocht het gebeuren dat we de band niet gerepareerd kregen, en ook om het terug een heel klein beetje warm te krijgen, want ik was kompleet aan het verkleumen. De band, die kregen we niet meer goed, de Luc en den Tom dus naar den Bascuul, om te drinken, dr…, neen, om te wachten, wachten, wachten.

Peter en ikke zouden namelijk terug rijden naar huis, en ikke zou met den otto van Luc hen terug komen ophalen, hopende dat we niks meer voor zouden hebben. Dat werd nog een ureken en een half beuken tegen de wind, op een bepaalde plaats zelfs zwemmen in het water : een plaske was een beetje groot geworden, zo’n meterken of 30 lang en een centimeterken of 30 diep. Ons voetekens werden O zo nat, nat, nat.

En toch, en toch, het deerde ons allemaal niet. Stevig kwebbelend en taterend ramden we ons doorheen de windmuur, menig verhaal boven halend over een tweetal etappes uit de Coast to Coast waar er nog veel meer water was. Eén van die etappes blijft trouwens de enige etappe waar een organisator erin geslaagd is om geen enkele deelnemer aan de finish van de etappe te krijgen, zelfs den Ironbike is daar nog nooit in geslaagd. En we genoten al op voorhand van onze plannen voor deze zomer, here we come : Canada, Canada, Canada !!!

Thuis gekomen, in verse kleren gesprongen, een paar koeken mee gegritst, en de Luc en den Tom gaan halen. Ginds aangekomen : zeg mannen, ge zijdt gijllie nu toch niet te zat, zat, zat ???

En vandaag, tis weer lekker nagenieten, met die gelukzalig smile op het smoel van de voldane fietser, en de beetjes, tja ook die zijn nu plat, plat, plat…